Hollandse rijping

Hertog Jan vatgerijpt, u heeft er vast wel eens van gehoord. De “craft brouwer van AB Inbev”, zoals ik iemand hoorde zeggen, is vorig jaar het pad van de vatrijping ingeslagen en daar is men voorlopig nog lang niet op uitgekeken. En dat is wel te begrijpen. Want met de Grand Prestige heeft Hertog Jan een sterke troef in handen. Het bier is stevig genoeg om een verblijf in een donker en eenzaam vat te weerstaan, maar ook weer niet zo dominant en overheersend dat er nauwelijks wat aan te verrijken valt. De Grand Prestige staat te boek als een gerstewijn, ook wel als quadrupel, terwijl meesterbrouwer Gerard zelf het een “supertrappist” noemt, en in Amerika de term “imperial brown ale” wordt gebezigd. Ziehier de lastig te vatten positionering van dit pareltje uit Arcen: precies in het juiste segment voor onbegrensde vatrijpingsavonturen.

Want onbegrensd was het ook deze keer. Werd in de vorige editie de samenwerking met Goose Island uit Chicago gezocht, nu werd er wederom naar de VS afgereisd. Dit keer voor een expeditie naar de bron van de bourbonvaten: Kentucky. Eén van de drie “smaakmakers” van dit project, Anne Stokvis, zag met Hertog Jan brouwer Will Raijmakers hoe de bomen worden geveld om daarna tot vaten te worden verwerkt. Vervolgens worden die van binnen volledig verkoold waarna ze gevuld worden met “White Dog”, het gedistilleerde brouwsel van grotendeels mais, dat zich uiteindelijk in twee jaar ontwikkelt tot Amerikaanse bourbon. Rijk, vol, wat zoetig, caramel – de kosmische harmonie die ligt besloten in de combinatie met de wat steviger typen bier dient zich overduidelijk aan.

De basis van de nieuwe serie Hertog Jan vatgerijpt is een verblijf van acht maanden in deze vaten. Die mogen overigens maar één keer voor bourbon worden gebruikt. Whisky- en biermakers over de hele wereld zijn daar maar wat blij mee, want dat betekent een gestage aanvoer van verse barrels. Het hout is verzadigd met bourbon, wat naast de smaak van het hout zelf (vanille!) voor die verrijking zorgt die barrel aging, ofwel vatrijping heet.

En daarmee komt de tweede benoemde smaakmaker in beeld: Harold Hamersma. De bekende wijnauteur drinkt naar eigen zeggen geen bier, omdat ie zijn handen al vol heeft aan alle wijn die hij beroepshalve drinkt. Nouja, drinkt… hij snuift, slurpt, wiebelt en walst, maar uitspugen gaat altijd naar voren en nooit naar achteren. Met andere woorden: hij drink niet alle wijn over de lever. Hertog Jan’s Gerard van den Broek heeft hem er van moeten overtuigen dat het toch echt zaak is alles door te slikken om bier goed te proeven. Harold, die eigenlijk alleen wel eens een ijskoud pilsje drinkt nadat ie op een dag 840 Argentijnse Malbecs heeft getest, zag toch een overeenkomst met wijn en de Limburgse bieren. Er wordt immers ook wijn op eikenhouten vaten te rijpen gelegd. Dat is als het “peper en zoutstel” van de wijnmaker, en dus ook van de bierbrouwer. Het dient in de juiste doseringen te worden gehanteerd.


Verdere smaakverdieping werd gezocht in de toevoeging van diverse specerijen. Daartoe werd de hulp ingeroepen van Luc Kusters, de derde smaakmaker en chef van Bolenius, het “enige sterrenrestaurant dat gericht is op de Nederlandse keuken”. En dat betekent dat er ook gebruik wordt gemaakt van specerijen die we vroeger van verre landen haalden. Ook nu nog trouwens. Hertog Jan brouwer Milan Dams ging samen met Luc op zoek naar geschikte infusies en kwam terecht bij drie varianten: jeneverbes, vanille en “VOC-specerijen”. Dat laatste is een mengsel van nootmuskaat, gember, kruidnagel, peper, kaneel en kardemom. Luc werkt al vanaf de start van Bolenius met bier. Zo maakt hij een goddelijke saus van Grand Prestige en heeft hij geen wijnarrangement, maar een drankarrangement, waar ook altijd bier in zit. Zo zien we dat graag.

Aldus komen we tot vier verschillende flessen Hertog Jan vatgerijpt. De reis is deze keer vastgelegd in een uitgebreide documentaire, opgeknipt in zes afleveringen. Binnenkort te zien op 24Kitchen, Discovery en National Geographic. En op www.hertogjan.nl natuurlijk. Eind maart wordt het bier officieel gelanceerd in Arcen en ligt kort daarna in de winkels. De prijs voor een 75 cl fles is €19,50 (de vanille variant €20,50).

Op 20 februari van dit jaar werd het bier gepresenteerd tijdens de “pers premiere” op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. De vier bieren werden – zo uit het vat, dus zonder koolzuur – geschonken tijdens een door Bolenius verzorgde lunch. Smult u even mee.

  • Aperitief, GP Bourbon (Woodford en Old Forester). Hout, vanille, boozy, pittig, en vooral dat smakkende bourbonsmaakje dat straks met wat koolzuur helemaal opgetild wordt.
  • De moestuin van de Zuidas, met GP Bourbon Jeneverbes. Direct de winnaar van de middag wat mij betreft. De jeneverbes-invloed kon het zeer goed vinden met het smorgasbord aan groenten op het bord. De scherpte die nog in het bier zat verdween volledig; bier en dis smolten samen tot een geheel.
  • Kabeljauw met GP saus, met GP Bourbon VOC specerijen. Het bier waaiert in volle glorie de Zeven Provinciën aan kruiden uit. Zeer uitbundig – het was maar goed dat de moot superverse skrei rijkelijk was voorzien van die fantastische GP-saus. Een fijn potje armworstelen in het kruidenrekje. Ik ben benieuwd hoe deze variant zich met de tijd zal ontwikkelen.
  • Drop, pastinaak en chocolade, met GP Bourbon Vanille. Het toetje was krachtig van smaak, zodanig dat naar mijn idee het bier daar niet goed mee overweg kon. Ik zal deze variant daarom nog eens ‘naturel’ moeten proberen om er iets over te kunnen zeggen. Het restje VOC-bier dat ik nog had harmonieerde beter met het kruidige toetje.

Mening? Ik vind het mooi dat een brouwerij die toch vooral bekend staat om zijn pils, het aandurft om dit soort bieren te maken. Het vakmanschap en de toewijding van Gerard en zijn team staat ook in deze editie weer buiten kijf. Ik hoop dat de beoogde stap van bierdrinkers om ook eens ‘ander’ bier te drinken, bewaarheid wordt. Afgaande op de enorme fanbase die HJ GP heeft, getuige ook de grote toeloop op de GP-dag vorig jaar, zal het genoeg aandacht krijgen. Het is bijzonder, gaaf en mooi, maar ook een beetje high-end, excentriek zelfs.

Ik hoop daarom niet dat geïnteresseerden zich door de soms heftige smaken laten afschrikken. Er zitten namelijk flinke uitschieters bij. De stap vanaf pils is erg groot, zowel voor de bier-noob als de sterrenchef. Gelukkig is er meer bier tussen pils en een VOC-gekruide Grand Prestige uit een bourbonvat. Laten we daarom ook veel en vaak aandacht blijven schenken aan al die andere bieren. Want zoals u mogelijk inmiddels van dit blog weet ben ik er van overtuigd dat de sleutel tot het genieten van de biervariatie, en zelfs het behoud er van, ligt in de kennis over die biervariatie.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.