Wild Wild North

Er was een technofeest op komst. Of we derhalve even goed wilden nadenken, over onze geboekte overnachting in een containerflat op dertig meter afstand van de ingang van een oude suikerfabriek. Waar dus half Groningen zou raven die nacht. Maar ja, zo kort van tevoren was er waarschijnlijk niets anders meer te vinden in de omgeving, en we zouden die avond wat bier drinken, en we nemen oordopjes mee en – jemig – we zijn toch geen watjes.

Op naar Grunn dus. Plaats van handeling voor het Wild Festival, eerste editie. Een festival gewijd aan het sap van graan, druiven en appels dat door kleine beestjes is voorzien van een toef alcohol, wuft wegwaaiend koolzuur en vooral een bak aan smaken. Vaak van het rustieke soort. Want daarvoor zitten we graag twee uur in de auto. Aan keurig binnen de lijntjes kleurend spul kunnen we overal komen. Maar voor de wat guitiger, soms zelfs ronduit spannender versnaperingen reizen we zonder pardon naar Amsterdam, Brussel, Reggio Emilia of Mikulov. En naar deze rafelrand van de stad Groningen, waar we bij het inchecken een kloek bedrag aan ‘city tax’ konden afrekenen om te kunnen genieten van onverharde wegen, stapels troep en half afgebroken gebouwen.

Dat klinkt als de ideale setting voor het festival, en dat was het ook. In de knus ingerichte evenementenhal die de prozaïsche naam EM2 draagt, wachtte een grandioze lijst aan bieren, wijnen en ciders. Allemaal aan de landelijke, aardse, natuurlijke, bos-en-lommerrijke, door sommigen oneerbiedig ‘zuur’ genoemde, levendige smaakkant. De interessante kant. De kant van avontuur dat nog bestaat, de kant van het geheim dat je deelt met … ja met wie eigenlijk? Wie komen er op zo’n festival af? Voornamelijk mensen aan wie je niet hoeft uit te leggen dat er ook bier (de wijn en cider laten we even over aan de confrères uit die domeinen) bestaat met dit smaakprofiel.

Nouja, niet iedereen. Ik sprak een brouwer die tot zijn stomme verbazing een senior stel aan zijn stalletje kreeg dat zich er over beklaagde dat al het bier zo, tja, zuur was. Verder toch voornamelijk jong en frisgewassen hip volk dat zich onbekommerd gulzig laafde aan het wilde spul. Met hier en daar een oudere jongere. Van man tot vrouw, van lokaal tot internationaal (we determineerden Italianen, Amerikanen en zelfs een Koreaan onder het publiek). Feestje voor de incrowd? Mja, toch wel een beetje. Maar hoe meer van dit soort festivals, hoe normaler het bijzondere wordt.

Toppers van de avond? De ‘Noire Cassis’ van À Tue-Tête. Alles van deze Zwitserse duivelskunstenaars eigenlijk. De ‘mixed fermentation’ collab genaamd ‘Black Label #4 Sour Cherry Wild Ale’ van Wild Creatures met Raven (Tsjechische craft brewers). Alles van deze toffe Tsjechen eigenlijk. Mills uit de UK was een openbaring.

We stonden ook als makke schapen in de rij bij Bokke. Fraai bier, maar niet met kop en schouders boven de rest van het deelnemersveld uitstekend. Hoe een hype tot stand komt – het blijft een raadsel. Ik sprak er over met een biermaker. Onze conclusie: schaarste creëren geeft uiteindelijk de doorslag, en het verhaal helpt mee, maar het begint bij goed bier. Wat goede ‘wilde’ bieren gemeen hebben? Frisheid, vaak fruitigheid, soms een plukje hout, balans en diepte, met pit maar goed naar binnen gaand, zonder huig en haard met azijnzuur te verschroeien.

Wild Festival Groningen. Een feest waar je bij wilt zijn. Omdat het zo goed laat zien wat er allemaal mogelijk is, wat er allemaal aan moois te beleven is. Dit zijn de bierfeesten waar je blij van wordt.

Trouwens, over feesten gesproken. Niets van gemerkt, dat hele technofeest. Wat dof gebrom, dat was alles. Kan ook aan de alcoholinname hebben gelegen. Wilde feesten op z’n Gronings, ik kan ze hebben. Graag zelfs.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.