Brewery Roadtrip

Een van de leukste dingen aan de bierwereld is voor mij de toegankelijkheid er van. Je komt op een heel makkelijke manier in contact met allerlei mensen, die er allemaal voor open staan om kennis te maken. De gedeelde liefde voor bier is een effectieve drempelverlager.

Soms krijgt zo’n ontmoeting een extra lading. Omdat het om iemand gaat die een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de biervariatie zoals we die nu elke dag zo uitbundig kunnen vieren. Of soms een hele belangrijke rol.

Zo overkwam me dat laatst toen ik aan een artikel voor Mitra Magazine werkte. “Brewery Roooaaad Trip” heette het: een virtuele toer langs vijf brouwerijen over de wereld. Tof hoor! Ik sprak Chris Pilkington van Põhjala (Estland), Bob Coggins van The White Hag (Ierland), Benoit Crottier van La Goudale (Frankrijk) en Tom Young van Nøgne Ø (Noorwegen). En ik had contact gezocht met Sierra Nevada, uit Californië.

Vervolgens viel ik bijkans van mijn stoel toen ik antwoord kreeg. Het kwam van niemand minder dan Ken Grossman. The man himself.

En zo zat ik op een donderdagmiddag zomaar in een zoom call met deze biergrootheid. Arme Ken. Hij zou de dag ervoor naar North Carolina zijn gevlogen, waar in 2014 een tweede Sierra Nevada locatie is geopend. Maar de plannen wijzigden, en zo was hij nog in Californië op het moment van het gesprek. Dat scheelde drie uur in de dag. Dus zat Ken om zeven uur ’s ochtends voor de laptop. Hij had al wel zijn tweede kop koffie op.

Een beetje starstruck was ik wel, en daar heb ik doorgaans nooit last van. Maar over deze man had ik zoveel gelezen in boeken over de historie van het Amerikaanse craft beer, en ik realiseerde me donders goed welke rol hij had gespeeld. Het feit dat we tegenwoordig zo onbegrensd van bier in al zijn variaties kunnen genieten, was mede aan hem te danken – hij is hier al vanaf de jaren zeventig mee bezig. Een levende legende.

Maar Ken is Ken. Compleet ontspannen. Routineus beantwoordde hij mijn vragen, zoals Amerikanen dat kunnen. Welbespraakt en sociaal uiterst soepel. Een uur spraken we, en toen was het alweer tijd voor een volgend interview. Voor hem dan, voor alle duidelijkheid. Schakelend tussen de liefhebber-modus en professional-modus noteerde ik nu en dan wat steekwoorden, in de hoop dat ik niets essentieels miste. Genieten en opletten tegelijk. Best lastig.

Enfin, het resulterende stukje kun je lezen in Mitra Magazine #56. Wat me persoonlijk bijblijft is dat zelfs na zoveel jaar aan ervaring, na zo’n staat van dienst en haast mythische status te hebben bereikt, hij vooral duidelijk maakt gewoon zijn stinkende best te blijven doen. “We try very hard” zegt hij, om het best mogelijke bier te maken. ‘Goed’ is niet goed genoeg. Constant aan het leren. Constant aan het investeren. Ook als je al meer dan veertig jaar craft bier maakt. Want er zijn nog steeds “people to win”. En dat kan alleen als je het bier zelf op de eerste plaats zet. Ook de komende veertig jaar.

 

Reacties zijn gesloten.