Denormaliseren

Poe hee. Ben je als bieraficionado al meer dan tien jaar bezig om variatie in bier te normaliseren, staat er in de krant opeens dat alcohol, en dus bier, gedenormaliseerd moet worden. Vanwege die alcohol dus. Want de wetenschap heeft ontdekt dat alcohol slecht voor je is. Dat weet iedereen natuurlijk al lang, maar de komkommertijd kwam er weer aan dus is dat een gelegenheid voor organisaties zoals de Gezondheidsraad om de krant weer eens te halen.

De Leukebroeders, In de hemel is geen bier! Uco van Egmond, Uitgave Oberon, 1981.

Zo staat er ook een stuk in de Volkskrant van 7 juli jl. met als titel Hoe maak je alcohol onaantrekkelijk? Of tenminste: minder aantrekkelijk. Ik las, ik dacht, ik schreef een mail aan de auteur.

De mail

De komkommertijd is er vroeg bij dit jaar. Het bericht over het recente advies van de Gezondheidsraad om alcohol te ‘denormaliseren’ krijgt een hoeveelheid aandacht die op basis van de inhoud niet bepaald te rechtvaardigen is. Want dat alcohol slecht voor je gezondheid is weet iedereen al. Mensen drinken geen alcohol om gezond te worden. Mensen drinken alcohol om er van te genieten, om een leven te hebben dat verrijkt wordt door de positieve effecten van alcohol. Ik ken wel zaken die dringender gedenormaliseerd zouden moeten worden.

Maar goed, komkommertijd, en zo staat er op 7 juli jl. een stuk van jouw hand in de Volkskrant met als titel Hoe maak je alcohol onaantrekkelijk? Of tenminste: minder aantrekkelijk. Ik deel hierbij graag mijn mening er over, en ik focus even specifiek op de manier waarop bier en -brouwerijen worden neergezet. Dat is toevallig een onderwerp waar ik wat meer van weet. Je hebt misschien mijn stukjes over bier in de periode 2014-2024 wel eens gezien in diezelfde Volkskrant.

Wat me opvalt is dat er wel óver bier wordt gesproken door allerlei mensen, maar niet mét de plusminus 900 Nederlandse bedrijven die bier (laten) brouwen en verkopen. Bijvoorbeeld over het onderwerp accijnsverhoging. Voor een ondernemer – want dat zijn bierbrouwerijen – gaat het niet om die centen per flesje. Het gaat er om dat die verhogingen niet allemaal doorbelast kunnen worden, en dus voor rekening van de ondernemer komen. Marges zijn dun, en accijns is niet de enige kostenpost waarvan de omvang enorm is gestegen de laatste jaren. Vraag het eens aan een brouwer. Accijnsverhoging op een niveau van ‘fors’ (nóg forser?) doet vooral één ding: 900 bedrijven slopen. De biermarkt wordt daarmee geheel aan de grote multinationals overgelaten. Is dat het doel van de mensen die zo’n achteloze opmerking maken? Dat zou een goede vraag van een journalist zijn geweest.

Bierbrouwerijen zijn er niet op uit om dood en verderf te zaaien. Die 900 brouwerijen zijn veelal kleine ondernemingen, die vooral lokaal opereren en oog hebben voor ontwikkelingen in de maatschappij. Bierbrouwerijen bieden een divers aanbod, ook alcoholvrij, of maken zelfs ‘hopwater’, omdat ze zichzelf en hun klanten serieus nemen. Ze verdienen een journalist die ze ook serieus neemt, en ze niet wegzet als kwaadwillende slechteriken.

Ik ken brouwerijen als ondernemingen die zich houden aan de afspraken die over alcoholreclame zijn gemaakt. Ze richten zich niet op minderjarigen, ze zijn niet bezig met een ‘sterk staaltje vroege klantenbinding’. Ik vraag me af hoe iemand zo losjes dit soort beschuldigingen kan uiten. Dat zou een goede vraag van een journalist zijn geweest. Maar misschien komt die opmerking wel van jezelf, en laat daarmee zien een positie in te nemen. Is dat aan een journalist?

Grenstoerisme zal zich niet ‘waarschijnlijk beperken tot de grensgebieden’. Het is een feit dat dit vandaag de dag gebeurt. Een journalist zou dit hebben onderzocht.

Kortom: je kijkt niet verder dan de neus van de academici lang is. Je spreekt niet mét de branche waarvan afstandelijke, puur theoretisch orerende academici een vooringenomen beeld hebben. Een journalist zou een completer beeld geven en niet kritiekloos de vanachter grote schermen met spreadsheets gemaakt gratuite opmerkingen, gelardeerd met allerlei goedkope gelegenheidsargumenten, klakkeloos overtypen.

Antwoord

De volgende dag kreeg ik antwoord van de auteur. Ik ga dat hier niet letterlijk plaatsen. Maar de reactie kwam er op neer dat ik me moest realiseren dat het artikel een puur wetenschappelijke insteek had. In de wetenschap is geen ruimte voor ‘meningen’ van de industrie, want economie en wetenschap ‘botsen’ wel vaker, en naar intenties kan slechts ‘gegist’ worden. En daar houden wetenschapsjournalisten (want dat is ie) niet van.

Ik ook niet. Maar het punt is: dat is het punt niet. Natuurlijk roepen producenten van, of handelaren in, alcohol ‘boe!’ tegen dit soort adviezen. Natuurlijk is hun mening anders. Natuurlijk belichten ze een andere kant van de zaak. En dit is het punt: ook die kant kun je wetenschappelijk benaderen. En die kant is niet een simpel economisch belang; die gaat veel dieper. Een mens is namelijk niet alleen maar een fysiek lichaam dat louter mechanisch beschouwd dient te worden.

Zoals Rick Kempen in zijn blog van 1 september jl. op de site van Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur een opmerking van filosoof/schrijver Lieke Knijnenburg aanhaalt: “Ik ben meer dan mijn organen”.
Mensen zijn geen machines. Eten en drinken is meer dan alleen brandstof voor die machine, die louter op nutritionele waarden en gevolgen voor die machine beoordeeld dient te worden.

Het Filosofisch Elftal

Ook in dit stuk in Trouw van 30 juni jl. buigt een groepje filosofen (het ‘Filosofisch Elftal’) zich over het advies. Deze quote van politiek filosofe Ivana Ivkovic zegt het voor mij duidelijk: “Er zit een impliciete betekenis van gezondheid onder dit advies. Hier draait het om risicovermijding, om zelfbeheersing, om functioneel zijn in de maatschappij, om veiligheid. Dat zit allemaal verpakt in het woord ‘gezondheid’. Dat is dus geen neutraal begrip.”
De Gezondheidsraad wil kennelijk de autoriteit zijn om vast te stellen wat ‘gezond’ precies is.

Filosofe en schrijfster Désanne van Brederode haalt in dat artikel Nietzsche en de Griekse goden er bij: “Het [advies] helpt niet om een balans te vinden in wat Friedrich Nietzsche het apollinische [orde en rede] en het dionysische [roes en overgave] noemde. Filosofisch gezien weet een gezonde maatschappij en een gezond individu met die twee krachten om te gaan. De moderne opvatting van gezondheid kan de behoefte aan dionysische ontlading niet meer aan.”
Laat ons hopen dat deze benauwende opvatting snel wordt opgevolgd door een nieuwe realiteit.

Psyche

Het is vooral de eendimensionale blik van de Gezondheidsraad en de droogstoppels uit het Volkskrant artikel die een kritische kant verdient. Ook de psyche kan wetenschappelijk geobserveerd en geanalyseerd worden. En ook de puur economische kant wordt op betwistbare wijze belicht door de wetenschappers in het Volkskrant artikel – nog meer accijnsverhoging laat ons geen druppel minder drinken, het sloopt alleen de mkb-bedrijven en helpt de grote corporates; daarbij is het over de grens inkopen doen geen ‘potentiële keerzijde’ zoals te lezen is in het artikel, maar een actueel feit.

Het belichten van die kanten is geen ‘exercitie in valse neutraliteit’ zoals de sneer luidde die ik terug kreeg van de Volkskrant-wetenschapsjournalist. Integendeel. Het is pas echt wetenschap bedrijven. De nauwe definitie van wat ‘gezond’ zou verruimd mogen worden. Misschien is het tijd voor een raad die onderzoekt hoe wij het prettigst, het fijnst, het aangenaamst kunnen leven. Het gelukkigst. Misschien is het tijd voor een Geluksraad.

Reacties zijn gesloten.