Kermis in Pajottenland

Het was weer zover. De Toer de Geuze. Eens in de twee jaar krijgen we de kans om de champagne van Pajottenland in al zijn glorie van nabij mee te maken. Om ons er helemaal in onder te dompelen. Ketels vol om in te vallen en er onoverwinnelijk weer uit te komen. De ziel van bierbrouwend België: gevangen met een open koelschip, gekooid in houten vaten, en uiteindelijk losgelaten in een geribbeld glas.

  

Deze keer deden we vier adressen aan. Te beginnen bij Cantillon. Geen deelnemer aan de Toer zelf, maar toch een prima startpunt. Mandje Lou Pepe kriek er bij, je toch nog steeds blijven verbazen over de overweldigende hoeveelheid aan vooral Amerikaanse biertoeristen, met wat mede-Toergangers het programma van de dag doornemen en de stemming zit er gelijk goed in. We zien met de tijd de buurt langzaam maar zeker opgeknapt worden. Als ze nummer 56 maar met rust laten.

    

Bij de stekerij van Pierre Tilquin worden we welkom geheten door een varken aan het spit. Ze geniet volop van het mooie weer. En wij genieten ook. Zeker als we in de stekerij een spinnenweb ontwaren! Ha, Pierre mag zijn vaten dan wel twee kilometer van de Zennevallei hebben opgestapeld, maar wij rekenen het toch goed. Zijn Oude Geuze in Quetsche en Mûre uitvoeringen zijn prachtige creaties. En het is ook gewoon een sympathieke vent, laten we wel wezen.

  

Bij Brouwerij Boon spreken we Frank Boon in gezelschap van razende reporters Katrien en Theo. We drinken een Black Label, de tweede editie. Een prachtige, droge en fluweelzachte geuze. Meer dan 100% schijnbare vergistingsgraad, zegt Frank. Dat moet u even uitleggen. Welnu, de gisten zijn zo lekker tekeer gegaan op de suikers (ook de normaliter gesproken wat lastiger te vergisten soorten) dat het niveau aan restsuikers zo laag is dat het SG van het bier onder de 1000 g/l zakt. Alcohol is immers lichter dan water. Bent u er nog?

 

Bij Brouwerij Boon speelt ook het folklore orkest. Meer dan 100 man staat er op het podium, die met gemak de kurken uit de flessen spelen. En dat is niet eens de fanfare op volle kracht. Want als iedereen op het toneel staat, wordt ons verteld, staat er meer dan 250 man. Het hele halve dorp van Lembeek zit er op. En allemaal met een kostuum om van te smullen. Dit is een lokaal feest op zijn Vlaams. Iedereen kent iedereen, of kent wel iemand die de ander kent. Een kermis zonder draaimolens, knokpartijen en schraal, waterig bier. Maar met kwaliteitsgeuzes, boterhammen met plattekaas en kramiek met warme balletjes.

De laatste halte is 3 Fonteinen, meer precies de lambikOdroom. Armand Debelder loopt parmantig te paraderen, zoals we dat van hem kennen. En geef hem eens ongelijk. De lambikOdroom ziet er indrukwekkend uit, de continuïteit is geregeld, en de productie en vraag groeit nog steeds. De vette jaren duren voort.

  

Ik ben geen Belg. Maar toch word ik geraakt door dit bier. Het ontroert op de een of andere manier. Al jarenlang. Dat zoiets als bier dat los kan maken in een mens is wel bijzonder te noemen. Het is geen werk van Michelangelo, of van Bach, of van Rembrandt. Het is het werk van gewone stervelingen die luisteren naar namen als Frank, Armand en Jean.

Het is misschien het contrast tussen de betrekkelijke eenvoud, het natuurlijke van het wordingsproces versus de enorme diepte, variatie en complexiteit die je aantreft in het eindresultaat. Hoe kan geïnfecteerd, verzuurd wort dat jarenlang in een houten ton zit, tot zoiets uitzonderlijks worden? Je krijgt er bijna vanzelf goddelijke associaties bij, al ben ik net zo religieus als dat ik Belg ben.

Misschien zijn die stervelingen toch niet zo gewoon.

Tip: doe over twee jaar mee met de Toer de Geuze. Al is het het laatste wat je doet.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.